woensdag 18 april 2012

experiment mengen en verdunnen van oplossingen

Experiment mengen en verdunnen van oplossingen
Voorbereiding:
Opdracht A: We moesten berekenen hoeveel milliliter 2,0 M natriumhydroxide- oplossing je moet maken wanneer je 10,0 gram natriumhydroxide afweegt. Hier uit kwam deze berekening:  
mol -->  10
             ---- = 0,25 mol

             40
        
 L =  0,25 
        -----  = 0,125 L      
       2,0 M 
Er is dus 0,125 L nodig om een oplossing van 2,0 M natriumhydroxide oplossing te maken waarvan 10 gram natriumhydroxide.
Opdracht B: We moesten hier berekenen hoeveel water we moesten toevoegen om een 2,0 M oplossing die je hebt gemaakt in een 0,10 M oplossing te veranderen.
L = 0,25
      ------- = 2,5 L
      0,10

2,5 - 0,125 = 2,375 L
Van 2,5 L moesten we nog 0,125 L eraf omdat dit al in de vorige oplossing aanwezig was.
Uiteindelijk bleek dat er 2,375 L water nodig die we moesten toevoegen om een 0,10 M oplossing te krijgen.

Deze proef heb ik samen met Ditte gedaan. Eerst moesten we Nitraathydroxide wegen op een bovenweger. Het nitraathydroxide woog 1,05 gram. We moesten berekenen hoeveel water we erbij moesten doen om 2 M water te krijgen. Vervolgens moesten we het volume van
 de 2,0 molaire oplossing berekenen. Dit zag er zo uit: 80 gram op 1000ml dus is 1,05 gram: 80x 1,05= 13,13ml.er is dus 13,13ml nodig om een oplossing van 2,0 M te krijgen. Vervolgens mengde we 13,13ml water met 1,05 gram natriumhydroxide en we stopten dit in een voorraadfles. Toen moesten we een oplossing maken van 0,1 M. We kozen ervoor om 5 ml over te houden(omdat dit een makkelijk getal is) bij 2 M. Dus voor 1M moest er 10ml in en voor 0,1 M 100ml. Maar min die 5 ml die er al in zat schonken we er 95 ml bij. Uiteindelijk goten we dit in een andere voorraadfles, zodat hier later bij een willekeurige andere proef weer gebruik van gemaakt kon worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen